Nog maar net opperde ik dat februari de meest troosteloze maand van het jaar is, als ik van gedacht verander. Het heeft er mee te maken dat ik enig gekriebel gewaarwerd buiten, dat mogelijk de naam lente draagt. De vogels fluiten alsof het al zover is. De meiklokjes durven reeds ontluiken en doorheen een grijs gevoel van vertwijfeling duikt steeds vaker een zachte zon op.

Misschien is het zelfs zo dat mijn wispelturige aard goed past bij deze maand. Februari lijkt ook niet meteen te weten welke kant het op wil. Ons binnen houden in het nest of ons verblijden met een stevige shot vitamine D, in een frisse buitenlucht. Ons eropuit sturen op een drassige ondergrond, of ons stevigere bodem, zoals grondvorst, aanbieden. Met temperaturen onder nul, of stijgend naar een tien. 
Het punt is dat niemand echt houdt van al dat geschuif en gedraai. Het draagt onrust in zich. Is onwetend, onvast en wars van keuzes. Het verbindt zich niet volledig met het één, maar ook niet met het ander. Zo lijkt vertrouwen zoek. Wat niet goed wordt verdragen.

Februari is een maand van en-en. Niet van of-of. Het is donker en het klaart op. Het is flets en het is helder. Het is dor en het bloeit. Het is radeloos en het geeft hoop. Het sluit af en het opent. 
En dát, is helemaal prima!